Geschiedenis hervormde Kerk

Geschiedenis hervormde Kerk

Oudst bekende en geregistreerde datum van het bestaan van Rumpt is een vermelding van ongeveer 960 na Chr. Net zoals heerlijkheid Rumpt behoorde de kerk ook tot de bezittingen van de St. Maartenskerk (Domkerk) te Utrecht. De oorspronkelijke parochiekerk was gewijd aan de tot de geloofsverbeelding sprekende Ierse monnik Gallus. Dit is dan ook de reden, dat er het vermoeden bestaat, dat er reeds veel vroeger een kerk of een kapel was op de huidige plaats van de N.H. Kerk. Namelijk tot ongeveer de 10e eeuw werd in West Europa de “kloosterregel” van Columbanus aangehouden. Nadat Rome meer en meer invloed kreeg, ging met de “kloosterregel” van Benedictus aanhouden en werden kerken gewijd aan Italiaanse heiligen in plaats van Ierse heiligen. Aangezien sinds 1148 herhaaldelijk bezittingen van de abdij Mariënwaerdt, zowel in Rumpt als in Deil en Gellicum worden gevestigd, verder de kerk in 1261 kapel van Beesd was, mogen we aannemen dat ook de kerk van Rumpt evenals die van Enspijk, al in 1148 tot de Hervorming aan de genoemde abdij behoorde. Na de Hervorming tot 1650 en nog eens van 1675 tot 1691 was Rumpt kerkelijk gecombineerd met Gellicum. In 1650 kwam de eerste predikant, dominee Everhardus Rotarius.
 
LEVENSLOOP VAN GALLUS
Een korte beschrijving van de levensloop van Gallus, waaraan de Rumptse kerk was gewijd. Gallus van een leerling van Columbanus (ca. 550 – ca 635 na Chr.). Gallus (Gaillech genaamd door zijn Ierse landgenoten) werd opgevoed in het klooster van Banger, Ierland. Toen hij tot priester was gewijd, reisde hij met zijn meester naar het Europese vaste land en werd door de Galliërs “Gallus” genoemd. Hij was de vaste begeleider en fanatiekste medewerker van de grote missionaris Columbanus.
 
In het bergland tussen Tuggen en Wangen, aan het meer van Zürich, probeerde hij lange tijd vergeefs de daar wonende Alemannen te bekeren. Toen hem echter bekend werd, dat zij als tevoren in de afgelegen wouden runderen en paarden ter ere van hun goden afslachtten, verleidde zij ruwe Keltische karakter hem tot een onbezonnen daad. Hij stak het heilige bos in de brand en wierp de offergaven in het meer. Deze lichtvaardigheid sloeg zelfs de geringste hoop op kerstening van de Alemannen de bodem in. Achtervolgd door de eed van wraak van de beledigde Alemannen moesten de zendelingen zich schielijk aan de zuidelijke oever van het meer van Konstans terugtrekken. Gallus maakte zijn fout echter goed, door in Arbon door zijn gloedvolle preken de vriendschap te verwerven van de priester Willimar, die de vreemde monniken zonder argwaan op het prachtige land van Bregenz met het oude kerkje van de Heilige Aurelia als geschikte vestigingsplaats wees. Hier herhaalde hij zijn gewelddadige optreden van Tuggen. Nadat hij de bewoners toesprak in hun eigen taal, sloeg hij de beelden van het kerkje kapot. Die gebeurtenis maakte veel indruk op de toeschouwers. Velen zwoeren hun machteloze goden af en namen het nieuwe geloof aan.
 
De haat van de Frankische koningin Brunhilde tegen de oude Columbanus dreef hem van plaats naar plaats. Op een gegeven moment was Gallus ziek. Daarom verzocht hij zijn leraar en abt hem in Bregenz achter te laten. Columbanus zag dit als openlijk verzet en een inbreuk op de belangrijkste gelofte van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Hier eindigde de vriendschap tussen de twee heiligen. Spoedig daarna kreeg Gallus hartzeer van zijn daad en vertrok om een geschikte plaats voor een nieuwe hermitage te zoeken.
Het Gallusklooster werd een uiterste voorpost van het bisdom Konstanz. Gallus werd oud, maar zijn hart bleef jong. Zijn woord en zijn voorbeeld gingen van mond tot mond, tot in de meest afgelegen dalen. Het voorkomen van de oude man was voor het volk des te eerbiedwaardiger, daar hij door het jeugdige vuur van zijn sterke geest een kaarsrechte houding bezat. Na een korte ziekte achterhaalde hem de dood in Arban, waar hij wel eens ging preken, op 16 oktober 641. Zijn lichaam werd in de kapel van zijn hermitage tussen het altaar en de muur bijgezet.
 
Bij zijn leven reeds was Gallus machtig geweest in woord en daad, nog machtiger bleek zijn voorbede in de dood. Zijn kruis werd het middelpunt van het christelijke geloofsleven van geheel Oost-Zwitserland en op zijn graf verrees enige eeuwen later de geweldige klooster, dat voor de geschiedenis van de landen boven de Rijn een onmetelijke zegen is geworden: Sankt Gallen. Wat zou begrijpelijker zijn, gezien de invloed van zo’n heilig leven, dan het vrome verlangen van de middeleeuwse dichter: “Dat wij onze schuldige huldenblijken, voortdurend en met een opgewekt hart U mogen laten toekomen, O Gallus, door God bemindet.”

Lijst van predikanten van de Hervormde Gemeente te Rumpt vanaf 17 mei 1650:

- E. Rotarius; van Gellicum, vertrokken 1652 naar Stolwijk
- H. de Pape; prop. 1653 vertrokken 1656 naar Vuren en Dalem
- Joh. C. ab Englisch; 1658, overleden 1672
- Joh. Ab Englisch; 1673, vertrokken 1675
- M. Koninck, combinatie met Gellicum, vertrokken naar Nieuwpoort
- Joh. Van Zutphen; beroepen 1691, overleden 1716
- M. Jorissen; prop. 1717, vertrokken 1719 naar Geldermalsen
- J. van Zeyst; 1720, overleden 1758
- N. Haveman; prop. 1759, overleden 1805
- W. van Gendt de Leeuw; prop. 1806, vertrokken 1809
- G.I. Rooyens; van Poederoyen,1810, vertrokken 1811 naar Leersum
- G.I. van Nouhuys; van Jisp 1811, vertrokken 1827 naar Rossum
- J.H. van Tussenbroek; prop. 1828, emer. 1876
- J.C. van Slee; van Oostzaan, 1877, vertrokken 1881 naar Brielle
- C. Hangevelt; van Schore en Vlak, 1881, vertrokken 1889 naar Aarlanderveen
- B. Bolèe; van Oosterland, 1890, vertrokken 1894 naar Katwijk aan de Rijn
- L. Balk; van Grijpskerk fr 1894, emer. 1927
- M.C. Koole; prop. 1939, vertrokken 1942 naar Broek op Langendijk
- M.W.J. Geursen; prop. 1942, vertrokken 1946 naar Leiden
- G. van Schuppen; prop. 1946, vertrokken 1949 naar Kortgene
- Dr. M.H.A.L.H. van der Valk; van Weert, 1951, emer. 1976
- W. v.d. Brink; hulppr. 1977, pred. 1978, vertrokken 1982 naar Twijzelerheide
- J.W. Slok; pastoraal medewerker, 1982, vertrokken 1989 naar Zuidland
- B. Oosterom; 1990 – heden.

 

terug