Namens de predikant Namens de predikant

Gelezen

Bono geeft een warm advies Voor sommige lezers eerst: wie is die Bono? Hij is de zanger van de wereldberoemde band U2. En hij is een overtuigd christen. Dus als hij een positief advies geeft over een boek, dan ga ik met aandacht lezen. Het boek ‘De goddelijke dank’ van Richard Rohr wordt door hem zo warm aanbevolen. En de uitgever zette de woorden uiteraard graag op de voorzijde: “Een prachtige choreografie voor een gloedvol leven.” Met een voorwoord van Paul Young de schrijver van ‘De uitnodiging’.

Euthanasia – Sterven op de goede manier 


Hij was opgenomen in een hospice, we zullen hem Jan noemen. Jan wist dat de ziekte in zijn leven zijn lichaam steeds meer zou opeten. Eerst was zijn ene been aan de beurt geweest, toen zijn andere. Het ziekteproces ging door en nu zat het inmiddels ook al in zijn hoofd.
Eten smaakte door medicijnen nauwelijks meer. Uit bed komen, lopen, wandelen, vissen, het zat er allemaal niet meer in. Het leven teruggebracht tot 2 m2.
Zijn dagen waren geteld. Nou ja, niet in de zin zoals gelovigen dat zeggen en geloven, maar in de betekenis: er zijn er niet veel meer. De dagen nemen af, maar de pijn en moeite nemen toe. Voor hem is dit leven het enige dat er is. Daarna is er niets meer.
Waarom zou je dan nog wachten op dagen vol pijn, zorg, angst en moeite? Waarom steeds maar weer moeten beseffen dat je jezelf bevuilt en door anderen geholpen moet worden? Voor Jan was het vanzelfsprekend om dan te vragen om hulp bij het sterven.
Na gesprekken en onderzoeken werd zijn aanvraag positief beoordeeld. Het zou binnen afzienbare tijd plaatsvinden.
 
Dat was het moment dat ik met hem in contact kwam. Van geloof en God en kerk moest hij niets weten, maar ik mocht wel aan hem komen vragen hoe het met hem ging.
Uiteraard kwamen we te spreken over zijn relaties. Als het er in het leven op aan komt, gaat het gesprek ook altijd over de mensen die er voor zo’n persoon toe doen.
Een aantal mensen hoefden niet meer te komen. Met een aantal anderen beleefden hij nog heel bijzondere contacten.
En aan hen vertelde hij, dat hij, stel je voor, met een dominee sprak. Toch over God. En dat hij van die dominee wilde weten waarom hij een fan van Jezus was.
 
Ook wij moesten ons afscheid voorbereiden.
Wat ga je zeggen tegen iemand, wanneer je weet dat zijn einde heel aanstaande is? Maar dan toch anders dan bij mensen die op een natuurlijke manier overlijden. Welke woorden gebruik je?
Ik heb aan Jan gevraagd: “Mag ik tegen jou zeggen, wat ik tegen alle mensen zeg, namelijk: ‘Ga met God’?” Als ik dat wilde, vond hij het goed. En zo hebben wij afscheid genomen. ‘Ga met God.’
 
Zijn dagen waren geteld.
De mijne ook.
 
“Euthanasia, ofte Wel-sterven”. De woorden stonden voorin een zakbijbeltje dat ik een tijd had toen ik klein was. Ik heb er later nog naar gezocht, inmiddels denk ik: waarschijnlijk had iemand die woorden van Hoornbeeck (of de titel van het boek van Hoornbeeck) voorin een bijbeltje geplakt om zichzelf er voortdurend van bewust te zijn: dit leven is maar tijdelijk. Met moderne woorden ‘je bent er maar even’.
Woorden krijgen soms een andere lading, andere betekenis. Dat geldt zeker voor het woord ‘Euthanasia’, afgeleid van de Griekse woorden ‘eu’ en ‘thanatos’: goede dood. Voor de theoloog, professor Johannes Hoornbeeck ging het om de goede manier van sterven. Je voorbereiden. Maar dat was dan ook in 1561.
In onze tijd gaat het om wat anders: hulp om een einde te mogen maken aan lichamelijk of psychisch lijden.
Wie kan er over mee praten? Wie mag er over meepraten?
“Ik spreek mezelf moed in, dat vooral…”. Woorden van Christian Wiman een jonge Amerikaanse dichter die te horen heeft gekregen dat een ernstige vorm van kanker heeft. En hij gaat zoeken, worstelen, vragen; loopt zelfs een kerk binnen. Voor hem was het besef schokkend binnen gekomen: ik ga dood.
 
Het besef: ‘er moet gestorven worden’ geeft een andere glans aan het leven. Wie aan het einde komt van een mooi boek, gaat vaak langzamer lezen. Het einde van het leven kleurt de dagen daaraan voorafgaand ook anders. Wat kan helpen bij het besef van eindigheid? De verhalen van anderen? De geschreven woorden van anderen? Christa Anbeek heeft een ontroerend boek geschreven over haar weg in verdriet en rouw. Zij stelt dezelfde vraag aan anderen: wat helpen jouw woorden, jouw boeken, jouw therapieën?
 
Ik sla de Bijbel weer open en kom terecht bij Paulus. Hij weet dat zijn einde nadert: “het moment waarop ik heenga nadert. 7Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. 8Nu wacht mij de krans van de ​gerechtigheid​ die de ​Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.” (2 Timotheüs 4). De wetenschap dat zijn leven ten einde loopt, maakt hem niet moedeloos, tot die laatste ademtocht, blijft hij in verbinding met de mensen om hem heen. “9Kom snel naar me toe, (…)13Als je komt, neem dan de ​mantel​ mee die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral die van perkament.”
 
Binnenkort herdenken we hen die ons zijn voorgegaan. En dan komt vaak ook het besef: wanneer slaat de klok voor mij? Voor de tussentijd wens ik u toe het vertrouwen dat God niet loslaat wat zijn hand begon. En ik wens u toe dat u anderen uitnodigt om die dagen die er (nog) zijn te delen.
En vraag die anderen om boeken mee te nemen.


ds. B. Oosterom (683715;
www.rumpt.protestantsekerk.net



 


 






 

terug